data lezingen Frits Booy in 2003:
17 nov. 20.00 u. Vrouwen Vormingskring Uden, Vrouwenactiviteitencentrum
te Uden
18 nov. 20.00 u. Zeeuwse Bibliotheek te Middelburg
19 nov. 20.00 u. NBvP Vrouwen van Nu, in dorpshuis ‘De
Toekomst’ te Langbroek
20 nov. 20.00 u. Passage, ‘Koningshof’ te Doorn
25 nov. 20.00 u. Stichts-Hollandse Hist. Vereniging, Parochiecentrum
‘De Dam’ te Woerden
26 nov. 20.00 u. Ned. Ver. van Huisvrouwen, Salphatorikerk te
Alphen aan den Rijn
27 nov. 20.00 u. NBvP Vrouwen van Nu, Cult. Centrum ‘Zidewinde’,
Sprang-Capelle
1 dec. 19.45 u. NBvP Vrouwen van Nu, ‘Dorpshuis’
te Meeuwen
2 dec. 20.00 u. Ned. Ver. van Huisvrouwen, Witte Kerkje te Odijk
data sinterklaastentoonstellingen:
15/11 - 6/12 Museum ‘Flehite’ te Amersfoort
idem Museum ‘Ons’ lieve Heer op solder’ te
Amsterdam
idem Zeeuwse Bibliotheek te Middelburg
idem Bibliotheek
Zaanstad te Zaandam
OP ZOEK NAAR ZWARTE PIET
In de afgelopen jaren is veel informatie over Zwarte Piet en
zijn voorlopers gepubliceerd. Uit oude sinterklaasboeken zijn
bijzonderheden over Zwarte Piet te halen, die niet of nauwelijks
bekend zijn. Onder bovenstaande titel heb ik getracht alle belangrijke
en vele (on)zinnige gegevens over Zwarte Piet in een publicatie
op een rij te zetten, toe te lichten en zoveel mogelijk te verklaren.
Hierbij komen aspecten als herkomst, kleding, attributen, naam
en functie van Zwarte Piet aan de orde. Nieuw zijn o.a. verklaringen
voor het Pietloze tijdperk en voor de keuze van een Moorse page
als de knecht van Sinterklaas.
In Nederland en Vlaanderen was Sint Nicolaas tot in de 19e eeuw
onzichtbaar en alleen bezig. Pas na circa 1830 is er sprake
van een dienaar. Dat geldt echter niet voor de Sint-Nicolaascultuur
in Duitstalige landen en enkele Oost-Europese landen. Daar kennen
we vanaf de 15e eeuw een donkere begeleider van Sint Nicolaas,
die er afschrikwekkend want duivels uitziet. In Frankrijk wordt
de heilige sinds de 16e eeuw vergezeld door een heel ander maar
ook griezelig personage. Al deze angstaanjagende begeleiders
waren bedoeld om kinderen op het rechte pad te houden of te
brengen. Er blijkt evenwel veel meer achter dit verschijnsel
te zitten dan we vaak vermoeden.
Halverwege de 19e eeuw verscheen er in Nederland naast Sint
Nicolaas een donkere dienaar, later Zwarte Piet genoemd, die
hem ging bijstaan met het belonen en straffen van de jeugd.
Zwarte Piet lijkt o.a. verwant met allerlei binnenlandse en
buitenlandse folkloristische figuren, waarmee men eeuwenlang
probeerde de jeugd op het rechte pad te houden.
Voorlopers
De Germaanse verklaringstheorie
Deze theorie stamt van Johann Grimm en andere 19e-eeuwse geleerden
die de Germaanse cultuur bestudeerd hebben. De Germanen geloofden
in vele goden zoals Romeinse bronnen vermelden. Volgens hen
werd de oppergod Wodan, onzichtbaar voor stervelingen, vergezeld
door twee zwarte vogels, raven. Wodan stuurde deze vooral in
het najaar naar de aarde om voor hem na te gaan, of onze Germaanse
voorouders behoorlijk leefden. Dezen offerden in het najaar
aan Wodan graan, dieren waaronder zwijnen en bokken en vruchten
in de hoop op veel vruchtbaarheid in het voorjaar. Nadat het
christendom zich voorgoed hier had gevestigd, is Wodan door
de jonge rooms-katholieke kerk bewust vervangen door de heilige
Nicolaas, bisschop van Myra.
De christelijke verklaringstheorie
In de Middeleeuwen had de allesoverheersende rooms-katholieke
kerk het dualisme ingesteld om haar meest wezenlijke functie
te benadrukken en vorm te geven: het Goede werd nadrukkelijk
tegenover het Kwade gesteld. Aangezien de meeste trouwe gelovigen
naïeve analfabeten waren, moesten abstracte begrippen als
Goed en Kwaad, Liefde en Lijden, Hoop en Trouw door menselijke
figuren worden voorgesteld. Het Goede werd uitgebeeld door een
witte of in het wit geklede menselijke figuur: een engel of
een heilige; het kwade door een zwarte of in het zwart geklede
bokkenfiguur: Satan of de Duivel.
In de Middeleeuwen was de Zwarte (naar het zwarte pek uit de
hel)een verhullende bijnaam voor de duivel, die toen ook Pietje
Pek of Zwarte Piet genoemd werd. In enkele legenden wordt verteld
hoe de heilige Nicolaas van Myra vecht met een duivel en deze
aan zich onderwerpt. Wie had trouwens iets anders verwacht van
een heilige! Sint Nicolaas houdt daarna de duivel aan een ketting
in bedwang. We zien dat vaak in kerken heel duidelijk afgebeeld.
Zoals bekend werd de heilige Nicolaas de beschermer van deze
jongeren, nadat hij volgens een legende drie studenten uit de
dood had opgewekt. Op zijn sterfdag, officieel 6 december, vierden
scholieren en studenten het Nicolaasfeest met het houden van
optochten en het opvoeren van toneelstukken, gebaseerd op de
Nicolaaslegenden.
Hevige strijd om de juistheid van deze twee theorieën
In de 19e eeuw ontbrandde er tussen onderzoekers een hevige
strijd over de herkomst van Sint Nicolaas en zijn zwarte dienaar.
Rooms-katholieke geleerden vonden, ja eisten bijna, dat deze
figuren alleen maar te verklaren waren uit de rooms-katholieke
leer en heiligencultuur. De legenden en biografieën over
de heilige bisschop Nicolaas van Myra, die soms een duivel aan
zich onderwierp, bewezen dat volgens hen afdoende. Deze roomse
geleerden waren fel tegen de theorie van anderen, die inhield
dat Sint Nicolaas en zijn knecht (ook) uit de Germaanse mythologie
zouden zijn ontstaan. Niet alleen vonden de roomse geleerden
deze theorie heidens dus verwerpelijk, maar ook ontbraken er
concrete bewijzen voor.
De rooms-katholieke herkomsttheorie kent toch vragen die niet
via legenden en dergelijke kunnen worden beantwoord. Het is
moeilijk te verklaren, waarom onder andere in Duitsland de Nicolaasfiguur
zich ontwikkelde tot een afschrikwekkende gestalte waarmee de
jeugd werd bang gemaakt. Als onze sinterklaasgebruiken namelijk
niets met Wodan en de zijnen te maken hebben, hoe is het dan
te verklaren, dat onze Sinterklaas a) op een schimmel b) over
de daken rijdt met c) een bediende, die lekkers en geschenken
d) door de schoorsteen gooit?
Er zijn nog ander verklaringen, die in mijn publicatie aan de
orde komen.
Bekende maar ook minder bekende illustraties (vele in kleur)
versieren de tekst van dit boek, dat voor liefhebbers van de
sinterklaastraditie, journalisten, middelbare scholen (o.a.
voor het vak ckv) en lerarenopleidingen is bestemd.
Frits Booy
‘Sinterklaas zat te denken,
wat hij jou zou schenken’
Sinterklaasgedichten behoren tot de gelegenheidspoëzie,
die al in de zeventiende eeuw in ons land in de mode was. Ook
maakten volwassenen toen gedichten bij geschenken, maar niet
met Sinterklaas, want aan dat feest deden ze vóór
circa 1900 niet mee.
Eeuwenlang werd ons sinterklaasfeest namelijk alleen met kinderen
tot circa twaalf jaar gevierd. Deze kregen lekkers en onverpakte
geschenken zonder rijmpjes. Zolang het sinterklaasfeest alleen
voor kleine kinderen was, die vaak nog niet kunnen lezen, lag
het gebruik van gedichten ook niet erg voor de hand.
Het opsporen van sinterklaasgedichten is niet eenvoudig, omdat
ze zelden worden bewaard of in druk verschijnen. Voorzover bekend
dook een gedicht van ‘Sinterklaas’ voor het eerst
op in het verhaal Sint Nikolaas uit 1810. Het gaat over een
jongen die zijn zusje pest; voor straf krijgt hij in zijn schoen
een roe mét een gedichtje:
Sint Niklaas houdt goede wacht,
Wie zijn kinderpligt betracht,
Of verwaarloost: stoute blaagen
Kunnen nimmer hem behaagen;
Dezen brengt hij, in den schoê,
Niets dan slechts een’ berken roê.
Sinterklaas begon vanaf deze tijd een ‘opvoedmiddel’
te worden; dat blijkt ook uit dit rijmpje. Nu zou men verwachten,
dat vanaf 1810 meer sinterklaasgedichten (in druk) gaan verschijnen
vanwege dat opvoedkundige aspect, maar dat lijkt niet zo. Er
kwamen wel sinterklaasboekjes voor de jeugd, maar zonder gedichten
van ‘Sinterklaas’ erin. Ook elders zijn deze vóór
circa 1880 voorzover bekend niet gevonden.
Plagen en behagen bij jongelui
Wanneer lijkt het schrijven van sinterklaasgedichten een algemeen
gebruik te worden? Een klein notitieboekje uit 1880 werpt licht
op deze kwestie. Het bevat een aantal geschreven gedichten,
die voor jonge volwassenen zijn bestemd. Ze zijn niet door ‘Sinterklaas’
geschreven, maar door een geliefde of vriend en dienen om cadeaus
aan te duiden, te instrueren en/of te behagen.
Duidelijker bleek de behoefte aan sinterklaasrijmen in circa
1898. Toen verschenen er 200 genummerde kaarten van briefkaartformaat,
St. Nicolaaskaarten geheten. Op elk staat een afbeelding met
(vooral jonge) volwassenen en een sinterklaasrijm, geschikt
voor elk geschenk. Ze zullen voor velen welkom zijn geweest,
want daarmee kon men zich niet door zijn handschrift verraden
en was er ook geen dichtprobleem!
Met enkele kan men plagend kritiseren, wat hét kenmerk
van dit soort gedichten is geworden, vooral vanwege de anonimiteit.
Andere zijn bestemd voor verliefde mannen die hun aanbedene
slechts via het sinterklaasfeest (dus ook anoniem) iets durven
te geven.
Dit verschijnsel verwijst naar een zeventiende-eeuws gebruik
bij verliefde jongeren om een aanbeden meisje of jongeman met
Sinterklaas een vrijer/vrijster van speculaas te geven als gebaar
van grote genegenheid. De goedheiligman fungeerde dus als huwelijksmakelaar.
De uitgever van deze kaarten speelde dus op een nog bestaande
traditie in.
Naar aanleiding hiervan gingen steeds meer volwassenen in de
loop van de twintigste eeuw aan het sinterklaasfeest deelnemen.
Daarbij werden, vooral na 1945, gedichten met een zoekinstructie,
geschenkomschrijving of kritiek een algemeen verschijnsel. Hét
grote verschil met de negentiende eeuw is, dat de verzen nu
wél van ‘Sinterklaas’ (of ‘Zwarte Piet’)
komen en soms meer centraal staan dan de cadeaus, met name die
gedichten waarin men elkaar plagend de waarheid zegt.
Vanaf circa 1890 (misschien wel eerder) krijgen en maken ook
oudere kinderen sinterklaasgedichten, getuige o.a. enkele kinderboeken
uit die tijd.
Het sinterklaasgedicht in de moderne tijd
Na circa 1940 verschijnen er handleidingen voor het dichten
van sinterklaasrijmen door o.a. de dichters Han Hoekstra en
Ernst van Altena, rijmwoordenboeken en boekjes met kant-en-klare
gedichten, die soms ook over allerlei karaktertrekken gaan.
Ooit waren er in warenhuizen in sinterklaastijd behulpzame sneldichters
aanwezig. Nu kan men snel via internet en computerprogramma’s
aan sinterklaasgedichten komen. Uit dit alles blijkt hoe groot
nog steeds de behoefte (of zachte dwang) is om voor Sinterklaas
gedichten te maken.
Frits Booy
|