Over de oorsprong van het sinterklaasfeest en het sinterklaasboek voor kinderen

door Frits Booy

Al vele jaren is de kerstman (Santa Claus) in Nederland een geduchte concurrent van zijn veel oudere familielid Sinterklaas. Sinds vorig jaar lijkt hij de oude heilige grotendeels van het feestterrein te hebben verdrongen: de meeste volwassen vieren alleen Kerstmis. Gelukkig zorgen ouders, onderwijzers, de speelgoedbranche e.d. ervoor dat het sinterklaasfeest als kinderfeest nog steeds bestaat en hopelijk zal blijven bestaan. Dat Sinterklaasfeest is al eeuwenlang populair in ons land. In de middeleeuwen werd er vóór de feestdag van de heilige Nicolaas(6 december) uit de arme kinderen een kinderbisschop plus assistenten (jongens) gekozen. Deze kregen tot 28 december ('Onnozele kinderen') voedsel en geschenken, waaronder schoenen. De andere kinderen kregen geld en een vrije dag om op 6 december feest te kunnen vieren.

Het oudste bewijs hiervoor is te vinden in een rekening van de stad Dordrecht uit 1360. Later gaat men alle arme kinderen trakteren. Dit ontwikkelt zich vervolgens tot een algemeen volksgebruik, waarin de schoen als vindplaats van snoep en cadeautjes een grote rol gaat spelen.

Op de avond vóór 6 december werden lekkers en geschenken (en waar nodig de roe!) op de tafel of bij de schoorsteen gezet, nadat de jeugd al lang naar bed was gegaan. De andere morgen mocht alles in ontvangst worden genomen. Sinterklaas zoals wij hem nu kennen - de eerbiedwaardige, bejaarde kindervriend uit Spanje, die brave kinderen beloont en stoute straft, die met een zwarte knecht op een schimmel over de daken rijdt en via de schoorsteen of open raam of deur lekkers en speelgoed uitdeelt - die oude kindervriend schijnt een samensmelting van twee personen: een christelijke, historische en een Germaanse, mythologische.

Eerst de historische figuur: Nicolaas, bisschop van Myra (Klein-Azië) stierf op 6 december, ca. 340 na Chr.. Later werd hij vanwege zijn goede daden heilig verklaard (hoewel hij nu van de heiligenkalender verdwenen is!). Ongeveer 200 jaar na zijn dood zijn er allerlei legendes over zijn persoon en goede daden ontstaan. Zo zou hij vele jongeren hebben geholpen. Bijvoorbeeld door geld te gooien in het huis van een gezin met nette doch arme dochters die daardoor een bruidsschat kregen en fatsoenlijk konden trouwen. Dit vinden we terug in het z.g. ingooien (van o.a. pepernoten en snoepgoed) gouden muntjes (!) van chocola). Ook de vrijers en vrijsters, gemaakt van speculaas en de suikeren harten, doen hieraan denken. In dit verband wordt het woord 'goed-heiligman' verklaard: het komt van 'goet-hylik man', wat goed-huwelijks man' betekent, d.w.z. de man die zorgt voor een goed huwelijk.

De heidense figuur is Wodan/Odin, de oppergod der Germanen (van vóór de middeleeuwen), die werd voorgesteld als een forse persoon met mantel, muts, en witte baard, rijdend door de hemel op een schimmel. In zijn hand had hij een speer met een slang aan de top en hij ging vergezeld van twee zwarte raven, die hem informeerden over het gedrag van de mensen op aarde. De Germanen brachten hem offers bij de stookplaats. Deze vinden we terug in voedsel voor het paard van Sinterklaas, marsepeinen varkens en suikerbeesten.

Italiaanse jongetjes deden lange tijd hier dienst als schoorsteenvegers: ze kropen door de rookkanalen voor hun werk (zie het kinderboek 'Levende bezems' van Lisa Tetzner). Ook moet men in dit verband aan de duivel denken: deze wordt vaak Heintje Pik of Pek genoemd. (Pek is een zwarte (!), kleverige stof). Er zijn afbeeldingen met een heilige erop die de duivel aan een ketting houdt en zo aan zich onderwerpt (het Goede onderdrukt het Boze), maar er is ook een prent waarop een duivel staat, die een zak (!) met zielen naar de hel sleept! In de Duitse folklore staat de 'Kinderfresser' een angstaanjagende man of vrouw die in een zak of mand (waarschijnlijk stoute) kinderen met zich meevoert. In de 17e eeuw en daarna was het in ons land op sommige plaatsen in december of later de gewoonte dat jongemannen met zwartgemaakte gezichten joelend over straat gingen en op deuren bonsden (boze geesten?). Op Ameland gebeurt dat nog, maar in andere vermomming.

Sinds ca. 1200 wordt Nicolaas, bisschop van Myra, in vrijwel heel West Europa als heilige vereerd, zeker in plaatsen die aan zee of aan een rivier liggen. (Ook in Baarn, zie het gemeentewapen en de 'Nicolaaskerk', oorspronkelijke naam voor de kerk op de Brink.) Nicolaas werd aanbeden als de beschermheilige van kinderen, huwbare jonglieden, veerlui, zeelieden, reizigers, kooplieden, brandweermannen enz. Vooral wat de jeugd betreft, groeide één en ander uit tot een echt volksfeest. In de 16e tot en met de 19e eeuw zijn er sinterklaasmarkten geweest, waar speculaas, taai-taai, suikerbeesten en speelgoed werden tentoongesteld en uiteraard ook verkocht.

Het eerste sinterklaasboek voor kinderen is 'Sint Nicolaas en zijn knecht' van de Amsterdamse schoolmeester Jan Schenkman; het verscheen in 1850 te Amsterdam. In dit boek komen Sinterklaas en Zwarte Piet voor het eerst samen voor en treden op zoals we dat nu nog kennen. Piet is een nieuwe figuur in het sinterklaasgebeuren. Hij is bij Schenkman een onderdanige bediende en laat het dreigen en straffen aan zijn meester over: Piet houdt de zak open en Sint stopt de boosdoeners erin. Pas later zal Piet bedreigend-actief gaan optreden in kinderboeken.

De inhoud van het eerste sinterklaasboek bestaat uit 16 gedichten met bij elk gedicht een handgekleurde prent. De onderwerpen zijn o.a.: aankomst van Sint en Piet per stoomboot, de intocht, bij de banketbakker, op het dak, op school, strooiavond, bij een arm kind, kinderen in de zak en het vertrek per stoomtrein. Nieuwe elementen zijn hier: de zwarte knecht in een pagekostuum, de aankomst per stoomboot (modern), Spanje als land van herkomst, kinderen in de zak en vertrek per stoomtrein (toen héél modern).

Ook de tekst is nieuw; het eerste deel ervan zal later een zeer populair sinterklaaslied worden. Aan vele kenmerken van het boek is te zien, dat Schenkman hoogstwaarschijnlijk gekeken heeft naar de centsprenten over Sint Nicolaas en beïnvloed is door de volkskunst en de Germaanse mythologie, die in de 19e eeuw weer heel veel aandacht kregen.

Zó luidt het nu overbekende begin van Schenkmans boek:

'Zie, ginds komt de stoomboot

Uit Spanje weÍr aan!

Zij brengt ons Sint Niklaas

Reeds zie ik hem staan!

Hoe huppelt zijn paardje

Het dek op en neÍr!

Hoe waaijen de wimpels

Der boot heen en weÍr!

Zijn knecht staat te lagchen,

En wenkt ons reeds toe:

'Wie zoet was, krijgt lekkers;

Wie stout as, een roÍ.'


Men ziet dat tekst en indeling ervan later iets veranderd zijn. Dit Sinterklaasboek is zeer populair geworden: het is vele malen - al of niet gewijzigd - herdrukt; zelfs in 1950 nog! Het is ook door andere schrijvers als voorbeeld genomen wat de onderwerpen betreft, maar wel met eigen tekst. Tot in onze tijd worden er sinterklaasboeken voor kinderen gemaakt. Dat is maar goed ook, want de concurrentie -in de persoon van Santa Claus- ligt al vanaf eind oktober op de loer. Maar die 'Amerikaanse neef' van Sint Nicolaas is tot 6 december duidelijk een 'vreemdeling, die verdwaald is'. Zeker! Wat dat betreft, blijf ik heilig in Sint Nicolaas geloven!


Lollibomb.nl ~ mindblowing webcandy ~ Amsterdam (c) 2001