In Bari, waar het gebeente van de heilige Nicolaas,
althans een deel ervan, in de Nicolaasbasiliek wordt bewaard,
werd Sint Nicolaas in het Barinees ooit ‘Sanda Necola
Njore’ (in zuiver Italiaans: ‘San Nicola Nero’
oftewel ‘Zwarte Heilige Nicolaas’) genoemd. En inderdaad
op het byzantijnse beeld van Sint Nicolaas in diens kerk van
Bari heeft Nicolaas een zeer donker getint gezicht als van een
Barische zeeman na een lange reis in de hitte.
Is Sinterklaas dus van oorsprong een Arabier of een Moor? Welnee,
het is immers een bekend verschijnsel, dat bij byzantijnse heiligenbeelden
de vleestinten zeer donker zijn of door de tijd steeds donkerder
zijn geworden. De alleroudste afbeelding van Sint Nicolaas laten
hem zien, zoals we hem ons steeds voorgesteld hebben. Lang na
de dood van Nicolaas van Myra, bij het tweede concilie van Nicea
in 787, wordt door Theodoor, bisschop van Myra, iets belangwekkends
meegedeeld. De beeltenis van zijn illustere heilige voorganger
is waarschijnlijk tijdens diens leven gemaakt en bestaat (in
787 weliswaar) nog steeds. Op die beeltenis wordt hij voorgesteld
‘blozend in het gelaat en met haren wit wegens zijn ouderdom’,
aldus de tekst van bisschop Theodoor (uit het Grieks vertaald).
Gelukkig maar, want aan de gelaatskleur van Zwarte Piet hebben
we soms al onze handen vol…
(bron: A.H. Luijdjens, ‘Sinterklaas, goed heilig man’,
Elsevier, dec. 1930)